Prinses Kokiko gaat buiten spelen – deeltje 2

De zon schijnt.Prinses Kokiko heeft het raam opengezet. In haar pyjama staat ze op haar tenen naar buiten te kijken. Beneden spelen de kinderen weer in het dorp. De bomen staan in bloei en dragen roze bloemen. Overal waar je kijkt vliegen kleurige vlinders.
Kokiko doet haar mooiste prinsessenkleren aan. Ze lijkt zelf wel een vlinder. Dan gaat ze zitten wachten maar er gebeurt niks.
Zal ik alle vlinders al hebben geschilderd? Denkt Kokiko. Wat jammer. Wat moet ik nou doen? Ze pakt een boek en gaat zitten lezen. Dan doet ze het snel weer dicht. Geen zin. Ze pakt een pop en borstelt de haren. Nee, daar vind ik ook al niks aan. Wat moet ik nou toch doen? Ze doet de televisie aan en dan weer uit. Nou ben ik weer alleen. Stom is dat.
Snel kijkt ze naar het raam. ‘Ja! Een vlinder! Wat leuk, kom maar verder.’
Het is een kleine vlinder. Hij blijft in het raam zitten.
‘Hallo. Wat fijn dat je even langskomt. Kom dan,’ zegt de prinses tegen de vlinder. ‘Ben je verlegen?
‘Een beetje wel,’ zegt de vlinder zachtjes. ‘Niemand wil met mij spelen omdat ik zo saai ben.’
‘Ja, ik zie het, je vleugels zijn gewoon wit.’ De prinses zucht. ‘Ik kan ook met niemand spelen. En dat is helemaal niet leuk. Zal ik je schilderen? En een naam geven?
De kleine vlinder begint te lachen. ‘Ja! Wil je dat doen?’ Opeens schrikt hij. ‘O, neem me niet kwalijk, ik spreek een beetje hard.’
‘Dat moet je ook doen, kleine vlinder, anders hoort niemand je en dan denken ze dat je er niet bent.’ De prinses loopt naar haar tafel. ‘Kom maar hier. Niet bang zijn.’

Prinses Kokiko doopt het natte penseel in de verf en schildert de vleugels eerst zo groen als gras. De kleine vlinder knijpt zijn ogen dicht. Dan strooit Kokiko zilveren glittertjes op zijn vleugels. De randen van de vleugels worden rood met geel.
‘Zo, vlindertje, ik ben klaar, kijk maar in de spiegel.’
‘Nee, nee, geen tijd. Dankjewel prinses.’
Snel vliegt de vlinder uit het raam om zijn vleugels te laten zien.
‘Wacht!’roept Kokiko. ‘Je hebt nog geen naam.’De prinses bedenkt snel een naam. ‘Ik weet het! Jij heet… Beebiebloe!’ roept ze hard.

Het wordt steeds later. Er komt niet een vlinder langs. Kokiko ligt zich op bed te vervelen.Ze heeft een grote zak met snoep in haar handen en stopt haar mond vol.
Huh? Wat gebeurt er nou weer. Waarom wordt het opeens zo donker? In de verte ziet Kokiko een hele grote donkere wolk aankomen. Ze staat op en loopt naar het raam. Het lijkt wel of die wolk naar mij toekomt, denkt de prinses. Misschien kan ik beter het raam dichtdoen.Nee! Het is geen wolk, het zijn allemaal vlinders. Wat gaan ze doen? Ik zie Falderie en ik zie Doepediedoe.
‘Hallo, Tsjiebieboem en Sjakalaka,’ roept Kokiko. ‘Hallo, Piepelepo. Hee! Ben jij er ook? Wat leuk, Beebiebloe.’
Alle vlinders vliegen de kamer van prinses Kokiko binnen. Ze gaan op haar armen zitten. Ze gaan op haar schouders zitten. En anderen zitten bovenop haar hoofd.
‘Wat zijn jullie aan het doen?!’ roept de prinses, maar ze krijgt geen antwoord.
Falderie zit op de neus van de prinses. ‘Zijn alle vlinders klaar?’roept Falderie. ‘Goed vasthouden en één, twee, drie… daar gaan we!’

Alle kinderen in het dorp kijken naar boven. Dat hebben ze nog nooit gezien. Uit het raam van de hoogste toren komen honderden vlinders gevlogen, De prinses dragen ze met zich mee. Voorzichtig vliegen ze naar beneden. De prinses lacht blij en zwaait naar de kinderen die beneden wachten. ‘Halloooo… ‘ roept ze. ‘Ik kom met jullie spelen. Mag dat?’
De prinses wordt door de vlinders zachtjes op het plein bij de kerk neergezet. Alle kinderen komen om haar heen staan en willen haar aanraken.
‘Welkom, edelachtbare, hoge, koninklijke, majesteitelijke prinses Kokiko. Wij vinden het leuk dat u met ons komt spelen,’ zegt een van de jongens.
De prinses kijkt de jongen verbaasd aan. ‘Dat hoef je echt niet te zeggen, hoor, ik heet gewoon Kokiko en meer niet.’ Ze loopt naar de jongen toe en geeft een hand. ‘Hoe heet jij?’
‘Ik… ik… ‘ stottert de jongen verlegen.
‘Nou? Hoe heet je?’ vraagt de prinses nog een keer vriendelijk. ‘Je lijkt wel een beetje op vlindertje Beebiebloe.’
‘Ik heet Michi.’
Vlug tikt Kokiko Michi op zijn schouder. ‘Tikkie!, jij bent hem!’ roept ze en rent dan hard weg. En alle kinderen rennen lachend alle kanten op.

 

 

Kinderachtig

John D. Muller View All →

Schrijver van korte verhalen. Soms iets langer. Soms iets anders.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: