Foto van een molen in Kinderdijk

‘Schrijverspunt’ organiseerde een schrijfwedstrijd met als thema Het Cadeau. Drieënveertig van honderdtachtig verhalen werden gebundeld. Onderstaand verhaal maakt er ook deel van uit.
Je zal maar in doodsangst moeten leven op een lege maag. Aan de overkant spelen kinderen. Er worden feestmalen gegeten. Er is vrije tijd. Tijd om te vrijen. Wat zal jij doen? Leef je dag voor dag verder met de dood aan je zijde? Of neem je je kind op je arm en vertrekt? –

– Hier? Wat een waanzin. Ik word onpasselijk van de geur van verbrand vlees. Het gekerm dringt door tot in mijn ziel. Toch staat het er. Boven mijn hoofd. Een paar uur geleden omhulden muren de dagelijkse gang van zaken. De hoop en de teleurstelling. Alles is verwoest. De levenden – zijn het de gelukkigen? – ze zijn op zoek naar de resten van hun dromen. Veel meer dan dat hadden ze niet. Stukjes die worden gevonden passen niet meer. En dan staat dat er, gewoon op een tafel. Ik haat verjaardagen.
Zonlicht weerkaatst op glimmend roze papier. Het lint eromheen benadrukt het feest door het aan de bovenkant sierlijk te bekronen. Ik ben me even niet bewust van de trieste omstandigheden.

De zon brandt op mijn huid. Zonder onderscheid tussen gisteren en vandaag gillen krekels hun schrille geluid. Ik hou een hand boven mijn ogen en zoek een weg naar boven. De tafel hangt met een poot in het luchtledige. Er is geen trap meer. Behang wappert en ontbloot muren waar pleisterwerk is verpulvert. Zelfs de muren zijn gewond.
Waarom vinden idioten dat ze de zon moeten verduisteren? De helden! Vlooien zijn het. Ze hebben zich tussen de haren van een kameel verstopt en denken dat ze groter zijn, groter dan een kameel.

Het staat er nog altijd onbeschoft feest te vieren. Tussen de ellende. Niet lang meer, dan zal alles instorten. Ik wil het redden. Ik wil weten wat er inzit. Misschien was het bestemd voor een jarige. In elk geval werd het een afscheid. Ik wil niet langer wachten en ga het halen.

Ze trekken me naar beneden. ‘Laat me los, idioten!’ Ik trap naar onderen. Ze springen naar achteren en gooien verwensingen naar mijn hoofd. Misschien denken ze dat ik gek ben. Ik versta het niet.
De muur brokkelt af. Ik probeer me overal aan vast te houden. Verderop blaast er vuur omhoog. Gas, denk ik. Ik laat me er niet door afschrikken. Boven aangekomen trek ik mezelf omhoog en kruip op handen en voeten naar de tafel. Het lijkt veilig. Ik sta op en neem het cadeau van de tafel. Een beetje stof, het is verder ongeschonden. Ik zet een stoel overeind en ga zitten. Het cadeau weegt niets. Ik hou het bij mijn oor. Er rammelt iets.
Langzaam draai ik mij om. Waarom weet ik niet. Ik kijk in de ogen van een meisje. Ze zit in de hoek van twee nog overeind staande muren. Haar dunne armen zijn bedekt met bloed. Het lange gitzwarte haar plakt in haar gezicht.Ze kijkt me aan. Of toch niet? Ze rilt.
Ik loop naar haar toe en wil haar overeind helpen. Ze werkt niet mee. We moeten hier snel weg, denk ik ongeduldig. Ik probeer het nog eens. Straks liggen we onder het puin.
‘Verdomme! Sta je nou op of niet?’
Mijn uitbarsting stemt me onmiddellijk weer mild. Het kind komt aan de oppervlakte, komt uit haar verdoving. Ze huilt. ‘Kom,’ zeg ik en draai mijn rug naar haar toe. Ze klimt erop.
Het cadeau hangt aan het lint tussen mijn tanden. Met moeite vind ik een weg naar beneden. Anderen kijken toe, ze steken geen hand uit. Opgelucht kijk ik het kind aan. Ze wijst naar het cadeau. ‘Is het van jou?’ Ze grist het uit mijn handen en houdt het strak tegen zich aangedrukt. Ik zucht. ‘Wat moet ik nou? Hoe heet je?’

Aan de rand van de stad klinken opnieuw explosies. Het meisje drukt zich tegen mij aan.
‘Kom, we moeten hier weg.’ Ik neem haar hand en trek haar met mij mee. Ze begrijpt niets van wat ik zeg. Niets zeggen lijkt me nog onbegrijpelijker. ‘Ik breng je hiervandaan. We gaan een plek zoeken waar de kinderen spelen. Waar je niet alleen bent. Wie weet, misschien vind ik een vrouw en dan kom je bij ons wonen.’ Ik schiet in de lach. ‘Je moet altijd blijven dromen. Vooral nu,’ schreeuw ik boven het oorlogsgeweld uit. ‘Droom van een plek waar de vanzelfsprekendheid woont. Het leven. Het geluk. Zelfs het ongeluk, als ze maar samen blijven. Daar kan je slapen om te ontwaken.’

Achter ons ligt de kapot geschoten stad. Een kilometerslange weg voert ons door velden van mensen. Kinderen lopen er bevuild rond. Oude mensen sterven. Er wordt gelachen. Gehuild. Een eerste kus. Zal de liefde nog worden bedreven?
We passeren verlangen en hoop. Er komt geen eind aan. De vermoeidheid slaat bij mij toe. Het meisje weet van geen ophouden. Mensen pakken samen. Ze schreeuwen. Ze trekt mij mee naar voren tot we aankomen bij een gesloten hek. Het lijkt tot de hemel te reiken. Aan de andere kant van het hek staan grimmige mannen in uniform.
Het meisje gaat met gekruiste benen op de grond zitten. Ze trekt het lint los en pakt het cadeau uit. Er komt een wit kartonnen doosje tevoorschijn. Ze licht het deksel op. Met een glimlach kijkt ze naar mij omhoog. Haar hand verdwijnt in het doosje en komt er met een zilveren sleutel uit. Hij hangt aan een ketting. Ze staat op en loopt naar het hek. De sleutel past. Het hek zwaait langzaam open. We lijken onschendbaar, niemand grijpt in.
Ze draait zich naar mij om en wenkt mij voorover te buigen. De ketting met de sleutel hangt ze om mijn nek. ‘Vrouw,’ zegt ze tot mijn stomme verbazing en wijst naar het land dat voor ons ligt.
Ik zak door mijn knieën en hou haar schouders met twee handen vast. ‘Als god groot is, kan hij nooit groter zijn dan het gewicht dat jij en ik op onze rug moeten meedragen.’ Ik sta weer op en hou haar hand vast.

Kort verhaal

John D. Muller View All →

Schrijver van korte verhalen. Soms iets langer. Soms iets anders.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: