De eigenzinnige vondst van een wonderlijke Oet

 

‘Doctor Anders, doctor Anders,’ roept Margareth Wistlethorpe, de oude secretaresse van Archibald Anders met haar handen aan haar mond. ‘Vergeet niet overal een bonnetje voor te vragen!’
Doctor Archibald Anders hoort het niet. Op hetzelfde moment besluit de kapitein van de Mauretania het vertreksignaal te geven. De scheepshoorn luidt het begin in van zijn nieuwe bestaan, een feit dat hem niet ongemoeid laat. Als hij zal slagen betekent het eeuwige roem. Bij een mislukking zal hij tot de armoede zijn veroordeeld. Dan zal alles waar hij voor heeft geleefd voor niets zijn geweest. Hij is optimistisch. In ieder geval wacht het avontuur, dat zal niemand meer van hem afpakken, in het bijzonder het bestuur van zijn universiteit.

Vier weken geleden hield doctor Anders een presentatie over de paleontologische familie van de Oet. Zijn collega’s van de zoölogische faculteit gedroegen zich als een stel idioten. Het grootste deel van zijn presentatie ging verloren in hun lachen, gieren en brullen. Doctor Anders was er niet van onder de indruk en bleef zijn eigen weg volgen. Het maakte geen enig verschil toen hij zijn veronderstelling bekrachtigde met zijn verwijzing naar een eerdere vondst. Een jaar eerder sloot doctor Anders zijn zes jaar durende onderzoek op Antarctica af met de vondst van de restanten van een Lanterfant. Het merkwaardige aan deze vondst was, dat het leidde tot bewijzen dat er ooit een Oet moet zijn geweest die de tocht van Antarctica naar de toendra’s van Afrika moet hebben gemaakt.
‘Heren, een beter… neemt u mij niet kwalijk mevrouw, en dame; een beter bewijs kan ik u niet geven, simpelweg omdat ik dat niet heb,’ maakt Archibald Anders zijn collega’s duidelijk. ‘In ieder geval is ooit aangetoond door linguïsten van de universiteit van Franeker, dat het woord Toendra afkomstig is uit het Fins: Een gebied aan de rand van de poolcirkel zonder bomen en bestaande uit grassen en mossen.
Het is in een dergelijk specifiek gebied, althans dat was het vierduizend jaar geleden, dat ik hoop de bewijzen te zullen vinden van een kleine Oet met de resten van mam Oet. Ik ging ooit, zoals bekend, voor de Lanterfant en trof tegelijkertijd aanwijzingen aan voor het bestaan van de Oet. Het is mogelijk dat de IJstijd het gevolg is geweest van de verspreiding van de Oet over het Afrikaanse land. Het is in ieder geval een lange reis geweest en verklaart tegelijk het bestaan van de toendra in dat werelddeel.
Overtuigd van zijn gelijk verlaat de doctor onder boegeroep de zaal. Zijn hoop op een fonds waarmee hij zijn onderzoek naar de Oet zou kunnen voortzetten is echter vervlogen.
Twee dagen na zijn betoog, dat zelfs de Herald Tribune heeft gehaald, wordt er bij hem thuis aangebeld. Hij opent de deur en kijkt in de ogen van mevrouw Rosenbaum, de secretaresse van David Stornedge, vakgroepleider van de zoölogische faculteit. Zij ziet hem over haar halve bril aan.
‘Meneer Anders, uit naam van meneer Stornedge mag ik u deze cheque onder voorwaarden overhandigen. De voorwaarden zijn, dat u niet met lege handen terugkeert en, in het geval van lege handen, dat u ervoor zult kiezen om voor altijd in Afrika te blijven.’
‘Dankuwel, mevrouw Rosenbaum, ik ga onmiddellijk mijn voorbereidingen treffen. Zeg alstublieft tegen Margareth Whistlethorpe dat ik haar eeuwig dankbaar ben voor haar geloof in mij. Ze hoeft zich geen zorgen te maken, ik kom zeker terug.’

Er verstrijken weken op zee voordat de Mauretania de haven in Guinee heeft bereikt. Eenmaal aan wal gunt Archibald zich geen tijd, hij gaat op zoek naar een mogelijkheid om via de Niger naar Mali te reizen. Het woord dat een blanke op zoek zou zijn naar een boottocht moet snel zijn verspreid. Doctor Anders wordt aangesproken door de half dronken kapitein Afolabi die, in ruil voor twee flessen whisky bereid is de doctor over de Niger naar Mali te varen. De doctor heeft zijn twijfels maar besluit toch met de kapitein de overeenkomst aan te gaan.
Al snel nemen de twijfels af en verdwijnen volledig als hij met respect ziet hoe de kapitein zijn weg op de stroming weet te vinden. In zijn witte pak staat de doctor op de boeg vooruit te dromen en geniet van de ongebruikelijke omgeving waar hij al zo lang naar hunkerde.
Deskundig legt kapitein Afolabi zijn schip aan de kade en neemt een laatste welverdiende slok whisky.
Met een dag winst staat de doctor op de kade van Gao en bewondert de roodlemen huizen. Het kan niet anders, of een reus moet hier deze zandkastelen hebben gebouwd, denkt hij gekscherend en dept met een zakdoek zijn bezwete voorhoofd.
‘Doctor Anders?’
De schaduw die over hem heen valt blijkt van een lange onbekende man te zijn die hem zijn hand aanbiedt.
‘U moet Salif zijn,’ zegt de doctor. ‘Bent u Salif Oboekoe?’
Na een jarenlange correspondentie ontmoet de doctor voor het eerst Salif Oboekoe in het echt. Salif heeft altijd beweert dat hij de doctor naar de resten van een onbekende en misschien laatste Oet kan brengen. Volgens zeer oude plaatselijke overlevering moeten die te vinden zijn in het kleine dorp Oelepoet. Daar moeten ook de resten te vinden zijn van een eeuwenoude tempel waar de resten van de Oelepoet Oet bewaard zijn gebleven.
Na een uitgebreide kennismaking, zorgt Salif ervoor dat de bagage van de doctor in zijn hotel zal worden afgegeven. Daarna biedt hij de doctor een drankje aan op het terras van een lokaal restaurant.
‘Ik stel voor,’ zegt Salif. ‘Dat we morgenochtend vroeg naar Oelepoet zullen vertrekken. Nu heeft het geen zin, het zal snel donker zijn.’ De doctor knikt tevreden. ‘Mijn vrouw en ik nodigen u graag voor het diner bij ons thuis uit.’

Vroeg in de ochtend zit doctor Anders, zoals afgesproken, rond vijf uur in de lounge te wachten. De receptionist hangt achterover in zijn stoel en snurkt. Er is verder niemand te zien. Hoe klim ik straks bovenop de kameel, denkt de doctor, en hou ik het wel uit in de hitte. Gelukkig heb ik mijn tropenhelm meegenomen. Hij draait de helm in zijn handen rond en mijmert weg bij de stikkers die erop zijn geplakt. Antarctica. Finland. Discoteca Flamingo. Franeker. Bij het ophalen van zijn herinneringen is in de verte het geluid van een knetterende bromfiets te horen. Met afgrijselijk gepiep stopt de brommer voor de deur van het hotel. Salif neemt zijn helm af, kijkt de doctor met ontblote witte tanden grijzend aan en zegt: ‘Mijn verontschuldigingen, Archibald, ik weet dat ik te laat ben, gelukkig hebben we nog een lange dag voor ons. Spring maar achterop.’
Als een antilope springt de brommer in de eerste versnelling naar voren, rokend en kuchend gaan we op pad. Gelukkig heeft Salif een pak kranten op de bagagedrager gebonden.
Het begin van de reis voert ons over smalle asfaltwegen. De zijkanten van de weg zijn gevaarlijk afgebrokkeld. Nadat we de stad achter ons hebben gelaten, verandert de weg in een vierbaans brede snelweg. Helaas zijn er geen banen te zien, het wegdek bestaat uit een soort rode droge klei en is bijzonder stoffig, vooral als we op bijna dodelijke manier door grote vrachtwagens worden gepasseerd. Of overbeladen bussen. De mensen op het dak van de bus zwaaien vriendelijk naar ons. Het is een opmerkelijk land. De hitte is bijna ondraaglijk. Halverwege een oneindig open vlakte die mij doet denken aan een toendra, slaat Salif linksaf en stopt. Hij draait zich naar mij om en wijst naar de hoge berg aan de horizon.
‘Daar helemaal boven, daar is het,’ roept hij boven het geluid van de bromfiets uit.
Ik moet er niet aan denken dat we onderweg met pech komen te staan, besef ik opeens. Gelukkig laat ik dat idee snel vallen met Oelepoet in het vooruitzicht. Zelfs mijn natte rug en zere kont ben ik even vergeten. We rijden verder over opnieuw een stoffige smalle bergweg. Halverwege gaat Salif vol in de remmen met als gevolg dat hij even als airbag fungeert. Ik heb geen idee waarom en kijk hem verbaasd aan. Op hezelfde moment steekt er een Olifant over die even blijft staan en ons arrogant aankijkt. Het eerste teken, denk ik, het kan niet anders of hier in deze omgeving ligt het bewijs van de Oet. Misschien zelfs de oorsprong. Het kan net zo goed zijn, dat de Lanterfant hiervandaan is vertrokken naar Antarctica, in plaats van andersom.
Ik ben blij met de deskundigheid van Salif. Ik had de Olifant niet gezien.
We vervolgen onze tocht en komen uiteindelijk in het dorp Oelepoet aan. De dorpskinderen rennen allemaal achter ons aan. Bij een kleine handgemaakte kar stoppen we een moment om een flesje YoHo te kopen, een soort sinaasappelsap maar dan warm en zonder de oorspronkelijke prik. Het rietje is gratis. Al drinkend rijden we verder en verlaten Oelepoet aan de andere kant van het dorp. Ik zie tot mijn grote genoegen een vrouw bij een kraampje staan, ze is klein in tegenstelling tot haar zitvlak, ik hou van vrouwen die houvast bieden. Salif stopt bij de kraam, geeft haar zijn lege flesje en pakt ook mijn flesje dat eveneens in een krat verdwijnt. Daarna betaalt hij haar. Ik kijk hem onbegrijpelijk aan. Hij moet grijnzen en laat zijn witte rij tanden weer zien. ‘Statiegeld,’ zegt hij. Het blijft een opmerkelijk land.
Met twee knuisten houdt de doctor zich stevig aan de bagagedrager vast. Salif is onverwacht een uiterst smal wandelpad ingeslagen en rijdt nog verder omhoog tot de begroeiing te dicht wordt.
‘Vanaf hier zullen we verder moeten lopen, Archibald,’ zegt Salif die takken opzij houdt.
De doctor heeft moeite met afstappen. Hij loopt alsof hij het in zijn broek heeft gedaan en wrijft voortdurend over zijn achterwerk. Hijgend komt hij samen met Salif boven aan en ziet voor zich de vervallen resten van een tempel. Met moeite weten ze zich door de begroeiing naar binnen te werken en klimmen over het puin tot ze een goed bewaarde kamer bereiken. In het midden staat een eenvoudige stenen sarcofaag. Samen tillen ze het stenen deksel eraf.

‘… voor het eerst stond ik oog in oog met de volledige schedel en de rugwervel van de Oelepoet Oet. Nu hoor ik u denken, tja, het zal wel, maar er is meer.’
Het publiek, op uitnodiging aanwezig in de museumzaal, hoort alles nog altijd met gemengde gevoelens aan. Het wordt onrustig en een enkeling loopt weg. Het is zover, denkt doctor Anders en haalt een plastic zakje uit zijn binnenzak. Hij houdt het triomfantelijk omhoog. Er bevindt zich een stuk papier in.
‘Wat u hier ziet… mag ik dia 1 alstublieft… is een foto. Ik heb hem naast de resten in de sarcofaag gevonden. U ziet hier een kleine Oet liggend naast Mam Oet… aandoenlijk, nietwaar?’
Iedereen zit elkaar in ongeloof aan te kijken. Het is muisstil. Nu zullen ze wel spijt hebben van hun ondankbare houding tijdens mijn vorige presentatie, denkt doctor Archibald Anders. Hij knikt naar de toneelknecht. Langzaam gaat er een gordijn aan de achterkant van het podium open. In het licht van schijnwerpers wordt een glazen vitrine zichtbaar.
‘Geachte aanwezigen, geachte collega’s, u heeft er lang op moeten wachten en kon het moeilijk geloven. Aanschouw hier de gevonden resten van Pap Oet.’

 

Dankbetuiging

Mijn onderzoek heb ik niet alleen gedaan. Zonder de ondersteuning van velen zou het niet tot een succes hebben geleid. Ik ben hun vertrouwen eeuwig dankbaar en wil met name de volgende instanties en personen bedanken:

– De Universiteit van Franeker
– The British Zoological Society (BZC)
– Het Ministerie van Buitenlandse Zaken; in het bijzonder Floor Flanders, je gaf me veel houvast
– De Nederlandse Ambassade in Bamako; in het bijzonder Marguerite Ramolli, je moet iets meer eten
– Margareth Wistlethorpe; mijn steun en toeverlaat
– Departement Mali voor Vreemdelingen; Grace Mofouwokikakaloumba, doe je zus de groeten
– Kapitein Afolabi LeGrand
– Dr. Salif Oboekoe
– Lady Peach; ik heb je nog opgezocht en vond je niet; het spijt me dat het niet goed ging met het statiegeldbedrijf
– Mamma

Kort verhaal

John D. Muller View All →

Schrijver van korte verhalen. Soms iets langer. Soms iets anders.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: