De Slag van Wolvega

Dat de strijd langer zou duren dan verwacht, werd door de Duitsers niet voorzien. Niemand was voorbereid op de strenge winter waardoor het volledige Duitse zesde leger bij Stalingrad grote verliezen moest lijden. Net als de slechte kleding brachten ook de loopgraven geen beschutting. Tijdens de tragische terugtocht passeerden de overlevenden de bevroren resten van hun kameraden. De Russen waren meedogenloos, de Duitsers werden tot het bittere einde in februari 1943 opgejaagd.

Gedurende de twee jaren na de slag van Stalingrad wordt er hard gestreden tot in het voorjaar van 1945 de Russen de stad Berlijn veroveren. Onder de overwinnaars bevindt zich soldaat Andrei Prozkayev. Aangekomen in Berlijn is hij blij dat het voorbij is, het besef dat hij bij de groep hoort die als eerste de bunker van Hitlers heeft bereikt interesseert hem niet. Hij is vooral blij dat hij in leven is gebleven en heeft zijn denken op een andere gedachte gericht. Nu hij de vrijheid heeft geproefd wil hij nooit meer naar Stalin terugkeren.
Zijn hele leven kent Andrei een groot geheim. De enige die op de hoogte was, omdat zij dezelfde eigenschap bezat, was zijn oma van moeders kant. Net als zij bezit hij een profetische gave.
Voordat er sprake is van Oost en West – wat bij hem al bekend was voordat de oorlog begon – besluit Andrei op 6 mei 1945 de stad Berlijn te verlaten. Met zijn rug gekeerd naar waar hij vandaan kwam, begint hij zijn tocht naar een onbekende bestemming.

180704 Second World War. Berlin. Raising the flag over the Reichstag in Berlin, April 30 1945. Photo Khaldei

De geallieerde mogendheden zijn in een euforische stemming, ze laten hem met rust of betrekken hem in hun drinkgelag. Hij valt niet op. Het wordt pas ongemakkelijk als hij de eerste plattelandsgemeente passeert. Zodra hij wordt opgemerkt rennen vrouwen in paniek naar huis. Straten zijn in een oogwenk verlaten.
Na een lange omzwerving, hij is Bremen gepasseerd, komt hij tot zijn schrik in het dorp Höllerode oog in oog te staan met een Amerikaans tankbataljon. De oorlog heeft zijn tol geëist en het bataljon verkleint tot slechts vier tanks en twaalf militairen. Andrei stoort ze tijdens hun middagdutje. Omdat de oorlog nog altijd in hun hoofden rondspookt reageren ze onmiddellijk. Met een vinger aan de trekker staan ze gespannen rond Andrei en maken hem duidelijk dat hij zijn handen omhoog moet doen.
‘Who are you! What are you doing here!’ snauwt een militair. Op zijn borst staat de naam Schultz genaaid. ‘Was machst du hier!’
Andrei laat zijn armen zakken om met twee uitgestoken handen duidelijk te maken dat hij het niet begrijpt. ‘Ruski,’ zegt  hij.
‘Händen hoch!’ wordt hem opnieuw gesommeerd. De militair hangt zijn geweer op de rug en zoekt op het lichaam van Andrei naar wapens. ‘Ruski, you say?’
‘Da, Ruski.’
‘It’s okay boys, it’s a damn commy.’ De militair slaat Andrei op zijn schouder en nodigt hem uit om bij hen te komen zitten. ‘Tell me, were you at Stalingrad?’
Andrei knikt. ‘Stalingrad. Da.’
Het is voor het eerst na zijn lange tocht dat hij een uitgebreide maaltijd tot zich kan nemen. Die nacht blijft hij bij de kapitalisten in een boerenschuur slapen. De volgende ochtend eet hij een gebakken ei met ham, klimt bovenop een tank en rijdt vele kilometers met hen mee. Aangekomen bij een splitsing nemen de Amerikanen afscheid van Andrei. Ze stoppen hem vol met etenswaren en sigaretten waarna ze in colonne verder rijden richting Oldenburg.
‘Dosvidanja!’ roept Andrei.
De rit met de tank is hem goed bevallen. Waarom niet? Bij het volgende dorp zal er vast wel iets staan, denkt Andrei, ik heb geen zin meer om iedere dag kilometers te moeten lopen.
Hij bereikt het gehucht Birkendorf en ruikt de mesthopen. Omdat, zoals gebruikelijk, iedereen zich toch verschuilt zodra hij zich laat zien, loopt Andrei brutaal een boerenschuur binnen op zoek naar een vervoermiddel.
Met bewondering kijkt hij naar een glimmende rode Deutz tractor en hoort het spannen van de veer van een wapen. Hij blijft onbeweeglijk staan en durft niet om te kijken.
‘Du!’ hoort hij een vrouw zeggen. ‘Umdrehen!’
Andrei begrijpt niet wat er van hem wordt verlangd. ‘Ruski.’ zegt hij en weet vanaf dat moment niets meer.
Langzaam komt Andrei bij en wrijft over zijn achterhoofd. De tractor staat er nog altijd. Kreunend komt hij overeind.
De sleutel steekt in het contactslot. Dat helpt, denkt hij, maar ik heb nog nooit op zo’n ding gereden. Gaspedaal. Rem.
Na het omdraaien van de sleutel springt direct de motor aan en de tractor schiet weg. De versnelling vergeten, denkt hij geschrokken en houdt het stuur stevig vast. Met veel gekraak rijdt hij een van de grote schuurdeuren uit de scharnieren. De tractor dreigt bij de bocht die hij maakt te kantelen. Hij laat het gaspedaal los. Alsof de tractor een eigen leven leidt, rijdt hij pruttelend langzaam verder. Ze bereiken de hoofdweg. Voorzichtig durft hij het gaspedaal weer in te drukken. Opgelucht rijdt hij weg tot er op hem wordt geschoten. Achter hem staat een vrouw wijdbeens op de weg, een oog heeft ze dicht, het andere oog kijkt over de loop in zijn richting.

Twee dagen later, na twee keer illegaal te hebben getankt, begint de tractor kuren te vertonen. Er komen grote stinkende zwarte rookwolken uit de uitlaatpijp. De tractor laat een oliespoor op de weg achter. Met een knal komt de motor tot zwijgen en de tractor rolt langzaam tot een halt.
Welkom in Nederland, staat op het met kogels doorzeefde bord langs de weg.
Met beide handen op zijn rug kijkt Andrei met enige ontroering naar het landschap. Het doet hem denken aan de Kolchozen thuis, de uitgestrekte landbouwgebieden waar hij met zijn familie moest zwoegen voor kameraad Stalin – hij spuugt op de grond. Met een goed gevoel trekt hij de provincie Groningen binnen.
Nederland is hem goedgezind. Dezelfde dag vindt hij in een noordelijk afgelegen dorp kost en inwoning bij boer Berend Wolvega. Dat wil zeggen, er wordt hem een schamele landwerkerswoning aangeboden apart en ver verwijderd van de boerderij. Het stemt hem gelukkig. In Rusland moeten hele families in zo’n woning leven.

Binnen korte tijd beheerst Iwan, zoals hij door de dorpelingen wordt genoemd, de Nederlandse taal voldoende om zich verstaanbaar te kunnen maken. Door zijn innemendheid wordt hij snel in de gemeenschap opgenomen. Op een gegeven moment wordt hij door enkele mannen uitgenodigd om deel te nemen aan hun vistochten op de Waddenzee. Bauke De Vries, de oude postmeester van het dorp, heeft ooit een afgedankte viskotter op Terschelling gekocht. In de oorlog, vertelt hij Andrei, werd hij door de Duitsers gedwongen om Russen naar Texel te brengen.
Op een van de vistochten spreekt Bauke hem aan. Andrei verblijft op dat moment al tien jaar in Nederland.
‘Luister, Iwan, je bent een bovenste beste vent. Ik weet niet wat je vroeger allemaal hebt gedaan, ik weet alleen dat je boven alles en iedereen te vertrouwen bent. Dat bevalt mij. Nu is het zo dat ik, vanwege mijn leeftijd, binnenkort ga stoppen met werken. Het dorp zit dan zonder een postmeester. Is dat niks voor jou?’
Dezelfde dag heeft Andrei zijn baan bij boer Berend Wolvega opgezegd. Hij voelt zich voor de tweede keer bevrijd. Sinds zijn indiensttreding bij de boer werd hij nooit bij hem thuis uitgenodigd. Pas toen er een zware kast moest worden verplaatst van de achterkamer naar de voorkamer zette hij een eerste voet binnen. Wat hij aan de muur zag hangen deed hem in de eerste plaats schrikken, daarna ontstond er zoiets als walging. Het geschilderde portret van de leider die hij allang vergeten was maakte hem ziek. Maar Andrei hield zijn mond dicht.
Dat is ondertussen lang geleden, maar hij is het nooit vergeten. Iedere dag als hij de post moet rondbrengen of bezorgen, komt hij bij boer Berend Wolvega langs. Gisteren kon hij er niet aan voorbijgaan zonder even af te stappen. Nota bene op de voorlaatste dag van zijn functioneren als postmeester, denkt Andrei, heeft de smeerlap besloten om dat in zijn tuin te zetten?

Met zijn mouw veegt Andrei de ijsbloemen van het raam. Bezorgt kijkt hij naar buiten. Met harde windstoten slaat de sneeuw op straat neer. Het gemeentehuis aan de overkant van het plein is bijna niet te zien.
‘Ik zou me maar goed aankleden,’ zegt Cora de huishoudster. ‘Dat het uitgerekend op een dag als vandaag dit weer moet zijn.’
Ze krijgt geen enkele reactie. Andrei zit met zijn handen voor het gezicht ineengedoken op zijn stoel. Hij wiegt heen en weer en murmelt iets in het Russisch.
Ach nee, niet weer, denkt Cora. Uitgerekend op de dag van zijn afscheid heeft hij weer last van zijn oorlogstrauma.
Opeens springt Andrei op en blijft even met gebalde vuisten staan. Hij rent langs Cora, gooit een stoel en een plant omver en gaat naar boven. Cora staat aan de grond genageld.
Met zijn zwarte wollen dienstjas aan en de dienstpet op zijn hoofd verlaat hij als een dolle het huis. Op zijn met de laatste post beladen fiets rijdt hij het dorp uit. Cora vindt bij de voordeur een stuk bruin papier met olie doordrenkt. Andrei heeft zijn naoorlogse leven altijd iedere herinnering willen uitwissen, maar zijn dienstwapen heeft hij altijd onderhouden. Boven op de kamer van Amdrei ziet Cora dat alle laden van de kast zijn opengeschoven. Op de grond ligt tussen het schone ondergoed een lege schoenendoos die dezelfde penetrante geur draagt als het bruine papier beneden.

De boerderij van Berend Wolvega staat, nog altijd tot groot ongenoegen van Andrei, op een uur fietsen van het dorp.
Zonder enig besef van welke beslommering ook, zit boer Berend Wolvega met zijn voeten op tafel en kijkt naar een herhaling van Boer zoekt vrouw. De linker voet van Berend wiebelt heen en weer en met een hand grijpt hij regelmatig in een zak chips. Opeens stopt hij met wat hij aan het doen is en gaat rechtop zitten. Hij dacht buiten iets te hebben opgemerkt, maar hij ontdekt niets. Even later gebeurt weer het zelfde, dit keer trekt hij zijn klompen aan en gaat poolshoogte nemen. Op het land, zo’n dertig meter voor het huis, ziet hij af en toe een hoofd boven de grond uitkomen. Iedere keer wordt er een schep aarde omhoog gegooid.
Potdomme! Wat is det den? Denkt Berend staande in de deuropening. Hij trekt zijn jas aan en loopt ernaartoe. ‘Eu! Wat moet det?!’
Langzaam verschijnt er een hoofd met postpet boven de rand uit. Daarna verschijnt er een hand met een revolver. Berend snelt terug naar huis terwijl de kogels hem om de oren vliegen. Veilig stormt hij zijn huis binnen en smijt de deur achter zich dicht. De inslag van een kogel is te horen.
‘Svinina! Svinina!’ schreeuwt Andrei. ‘Smerig varken!’
‘Potdomme… ‘ Berend kruipt naar de telefoon en neemt de hoorn van de haak. De lijn is dood. Wat moet ik nou? Misschien kan ik ontsnappen als de melkwagen komt, maar dat zal nog wel even duren. Wacht eens, hoe heet dat Russische ruimteschip ook weer? De naam betekent vrede… Mir, dat is het.
Afgezien van enkele koffievlekken is de theedoek verder wit genoeg. Hij bindt de theedoek aan de bezemsteel en opent angstig de voordeur. Voordat hij zijn hoofd om de deur steekt, laat hij eerst de witte vlag zien. ‘Mir! Mir!’ schreeuwt hij uit volle borst.
‘Wil je meer?’ schreeuwt Andrei. ‘Smerige communist!’
Opnieuw vliegen de kogels in het rond. ‘Het kan me niet schelen dat jullie me hebben gevonden,’ schreeuwt Andrei. ‘Laffe Bolsjewieken! Jullie krijgen me niet levend!’
Waar heeft hij het over, denkt Berend, hoe kom ik uit deze situatie?
In tijgersluipgang kruipt Andrei naar de waslijn en neemt er het wasgoed af. Terug in zijn schuttersput scheurt hij het wasgoed in stukken en bindt ze om zijn voeten. Hij verwacht een lang beleg en bereid zich voor op de kou.

In de verte is de melkwagen te zien, hij rijdt in de richting van de plaats van beleg. Berend kleedt zich goed aan en bereid zich op zijn vlucht voor. Hij stelt zich aan de achterkant van de boerderij op zodat hij naar de auto kan rennen. Bij het terugschakelen hoort hij de versnellingsbak sissen en dan volgt het piepen van het achteruitrijden. Zijn hart gaat tekeer. De melkwagen is nog niet tot stilstand gekomen of kogels doorzeven de glimmende aanhanger. Straaltjes melk vallen op de grond. Op het moment dat de kleine verlichte kerstboom achter zijn vooruit wordt geraakt, besluit de bestuurder met veel haast weg te rijden. Berend blijft volledig gedesillusioneerd achter.

Hij doet overal de gordijnen dicht en schuift een kast tegen de voordeur. Eten en drinken is er voldoende, daar maakt hij zich geen zorgen over. Als de vrouw maar niet snel terugkomt, denkt hij, anders loopt ze nog gevaar. Ik hoop dat de bestuurder van de melkwagen de politie heeft gewaarschuwd. Anders zit ik hier misschien de hele week.

Om zijn zenuwen te beteugelen zoekt Berend op zolder alle kerstspullen bij elkaar. Beneden bij de haard zet hij de kunstboom neer en probeert zoveel mogelijk met een rustige hand de ballen in de boom te hangen.
Volgend jaar kopen we wel weer nieuwe, denkt hij en stopt de stekker in het stopcontact. Natuurlijk, het zal eens wel in een keer lukken. Hij loopt alle lampjes na en ziet tot zijn opluchting de lampjes aangaan. Tegelijkertijd begint alles in huis te schudden.

Op enkele meters verwijderd van de achterkant van de boerderij hangt een helikopter in de lucht. Er worden touwen naar beneden gegooid waarlangs in het zwart geklede commando’s naar beneden glijden. De achterdeur wordt opengetrapt en de commando’s dwingen Berend te gaan liggen. Met enorm veel kabaal scheert de helikopter over de boerderij en blijft boven Andrei hangen. Hij wordt door een schijnwerper in het licht gezet. De windverplaatsing maakt het voor Andrei onmogelijk om iets te doen, vooral omdat de helikopter nog lager zakt. Hij is iedere coördinatie kwijt. De opgegooide sneeuw zorgt ervoor dat hij niets meer kan zien. De goed voorbereide commando’s maken van de situatie gebruik om hun aanval op de postmeester in te zetten. Met zijn handen omhoog en opgeheven hoofd staat hij ze op te wachten en wordt geboeid afgevoerd.
Aan de weg stopt een politiewagen. De achterdeur zwaait open en Cora rolt naar buiten. Snel staat ze op, rent naar Andrei en drukt hem tegen zich aan. ‘Ach, manneke, guttoguttogu… ‘ Ze wordt door een commando hardhandig verwijderd. Andrei wordt, nog altijd strijdvaardig, afgevoerd. Bij het toegangshek van de boerderij weet hij zich los te maken en rent naar het gigantische beeld dat sinds gisteren in de tuin van boer Berend Wolvega staat.
‘Ik spuug erop!’ roept Andrei die zich meerdere keren aan zijn woord houdt.
Onmiddellijk reageren de commando’s. Andrei staat tegen het beeld te schoppen met het schuim op zijn mond en wordt opnieuw ingerekend.
Cora is woedend en loopt met stevige pas naar Berend Wolvega. Ze buigt zich naar hem toe en kijkt hem recht aan. ‘Verdomme Berend! Als je nou nog eens met de historische kring naar Oost-Duitsland reist, koop dan een normaal maatje Maria in plaats van die gigantische Harry Pjotr Lenin! Of hoe hij ook heet! Guttoguttogut!

– EINDE –

 

In 1997 importeerde de ondernemer Henk Koop uit Tjuchem, Groningen, een 9 meter hoog beeld van Lenin. Ooit stond het in de plaats Merseburg in de voormalige DDR. Hij plaatste het beeld bij zijn bedrijf. 

Langer verhaal

John D. Muller View All →

Schrijver van korte verhalen. Soms iets langer. Soms iets anders.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: