De vlucht van een ballerina

Ach, Eric, ik moet altijd bij jou beginnen. De grote Eric von Strassbourg… ik kan er nog altijd om lachen, je heette gewoon Eric van Scheveningen. Lange tijd heb ik geprobeerd je bestaan te ontkennen, vooral na die kleedkamer in Freiburg. Ontkleedkamer, zei jij altijd. Ik kon er niet om lachen. Je was getrouwd. Nu sta ik weer naar je te kijken en wil niets liever dan weten waar je bent. Of je er nog wel bent.
Ik vond je altijd een kunstschilder die een meesterwerk maakte, Zoals jij met je baton de harten van de orkestleden beroerde. Je verfde in de lucht en vormde hemelse klanken. Als je de kans kreeg maakte je in de kleedkamer graag gebruik van je andere baton. Je was niet altijd leuk, eerder banaal. Stel je voor dat je toen iets anders had gemaakt in plaats van muziek. Ik heb er wel vaak aan gedacht, aan een kind, dan was ik nu tenminste niet zo alleen. Maar zielig ben ik niet, nee, ik heb geleerd alleen te zijn. Dat neemt niet weg dat ik, hoe ouder ik word, steeds vaker mijzelf tegenkom. Dan vraag ik me af wie dat is. En dan komen de herinneringen. Weet je nog wie Sergei Vasilovic… wacht, hij hangt een beetje scheef… zoals hij mij boven zijn hoofd tilde. Ik kon hem vertrouwen. Weet je dat ik nog altijd zijn sterke handen in mijn zij kan voelen.
Even wachten, ben zo terug, even een kopje thee inschenken.
En Anna, nee, jou zal ik ook nooit vergeten. Je was een prachtmeid. Wat hebben we een lol beleefd. Een beter vriendin heb ik nooit gekend. Alles had je voor me over. Soms was ik primadonna. Een andere keer was jij het. Je had wel een beetje gelijk dat ik het iets vaker was. Maar jaloers was je nooit… denk ik. En je hebt mijn geheim goed bewaard. Je had me net zo goed kunnen verraden, maar je hebt het niet gedaan. Alleen jij wist het van Eric.
Ik doe even het raam open, het is zo’n mooie dag.
‘Wat een heerlijke dag, niet waar, buurvrouw?’
Ach nee, waarom heb ik niet eerst gekeken of dat ze uit het raam hangt.
‘Ja, daar knapt een mens van op. Geniet er maar van.’ Wat ben ik blij dat ze in het blok naast mij woont. Stel je voor dat ze mijn overbuurvrouw zou zijn geweest.
Laat ik maar eens gaan zitten. Daar hangen jullie dan, stille getuigen van een voorbij leven. Nee, wat gebeurt er nu weer, en ik heb net het raam opengezet. Wat is dat voor een herrie? Het zal zo wel weer weg zijn.
Nee, ik ben niets vergeten, Anna. Ik ken de vijf posities nog. Goed, goed, alles werkt niet meer zoals vroeger. Misschien heb je me vanuit de hemel bezig gezien. Je bent veel te vroeg gegaan. Ik was wel jaloers op de wijze waarop jij je op spitzen kon bewegen. Jij kon als geen ander La Sylphide zijn.*
Wat krijgen we nu weer? Werd er gebeld? Er wordt nooit gebeld. k laat bijna mijn kopje vallen. Maar… het is wel hier!

‘Dag, Isadora. Je bent nog net zo mooi als anders.’ Maar je bent wel kleiner geworden. In ieder geval heeft ze nog steeds de zon in haar gezicht. ‘Niet schrikken.’ God, wat voelt ze knokig, ze moet zo licht als een veertje zijn. ‘Herken je me niet meer, Isadora?’
‘Eric? Ben je niet dood dan?’
‘Dood? Ik? Hier sta ik, springlevend. Hoe kom je daar nou bij? Je bent echt niets veranderd, spitzi, nog altijd recht voor zijn raap. Kijk, dat mag ik graag zien, een glimlach.’
‘Ik had het net nog over je, Eric, kom binnen.’

‘Baas, als we de laatste pont willen halen moeten we opschieten.’
O, mijn god, ik schrik me rot.
‘Isadora! Kijk dan wat je doet, Victor. Niemand verwacht dat jij op tweehoog door een open raam kijkt. Denk na. Ga het publiek maar op je stelten vermaken. Isadora, gaat het?’
‘Wat was dat nou, Eric?’
‘Dat is Victor de steltloper. Soms is hij ook clown. Ben je weer bekomen van de schrik?’
‘Dan zorg jij zeker voor die herrie buiten. Waar is je jacquet? Droom ik?’
‘Je bent klaarwakker, spitzi. Nee, rustig maar. Dat zijn de ballen van de jongleur. Kom maar kijken.’
Mijn jacquet? Ik hoop niet dat ze teleurgesteld zal zijn. Dirigent van een symfonieorkest of directeur van een circus. Het is nogal een wereld van verschil.Nee, nu niet! Geen tetterende olifant.
‘Kijk, spitzi, ik leid tegenwoordig een ander bestaan, ik ben circusdirecteur.
Gelukkig, ze lacht.
‘Spitzi, je maakt me gelukkig. Ik dacht, als ik je dat vertel, dan wil je vast niks meer met me te maken hebben. Een zigeunerbestaan staat ver af van champagne en kaviaar.
‘Ach kom, Eric, ben ik ooit zo’n verwend kreng geweest? Zal ik je wat inschenken?’
‘Nee, sorry, we hebben nogal haast. Ik wilde je gewoon erg graag zien.’
‘Maar je bent er net. Wacht dan heel even. Ik ben zo terug.’
‘Zeg, spitzi, dat ben ik op die foto… en Sergei… schiet je een beetje op… en Anna. Je hebt iedereen aan de muur hangen. Ik weet zelfs nog waar deze genomen is.’
‘Zo, Eric, we kunnen gaan.’

‘Ik voel me weer net een diva, Eric, al die zwaaiende mensen. Zal ik je eens wat zeggen? Ik wilde vroeger altijd bij het circus. Ze verklaarden me voor gek, het mocht niet. Ik kon kiezen, viool of ballet.’
‘Dan heb je toen een juiste keuze gemaakt. En vandaag doe je dat weer, Je moet eens weten hoe blij ik ben dat je met me meegaat. Daar heb ik vaak aan gedacht, en eerlijk gezegd stond ik daarom voor je deur. Ik durfde het niet te vragen.’
‘Waarom heb je me dan niet eerder opgezocht? Ik koos trouwens voor de viool. Het ging niet. De viool, zei de vioolleraar, is een instrument dat zich aan je moet prijsgeven, zoals de liefde. Wist ik veel, ik was pas acht jaar oud.’
‘Het verbaast me niet, spitzi, jij bent nu eenmaal iemand die van bloem naar bloem springt. Misschien kan ik het beter niet zeggen, maar ik… ik heb een paar keer eerder voor je deur gestaan.’
‘Wat? Waarom heb je niet aangebeld?’
‘Weet ik niet. Misschien omdat het niet het juiste moment was. Het klinkt misschien laf en waarschijnlijk was ik dat ook. Ik dacht, als ze de deur opent staat de herinnering voor me. Er zijn inmiddels zoveel jaren voorbij gegaan. Voor hetzelfde geld had ik je niet meer herkend. Weg alle herinneringen.’
‘En? Is dat zo?’
‘Nee… je bent nog altijd dezelfde. Alleen iets ouder en meer kreukels.’
‘Zeg! Zo is het wel genoeg,hè!’
Zoals ze naar me kijkt, dat brutale, Sommige mensen worden oud zonder zichzelf te verliezen en dat blijf je zien.
‘Eerlijk, ben je me echt nooit vergeten, Eric? Je hebt iedere avond om precies elf uur naar de maan gekeken?’
‘Huh? Waar heb je het over.’
‘Weet je dat niet meer? Toen we wisten dat we elkaar misschien nooit meer zouden zien, heb ik voorgesteld om iedere avond op hetzelfde tijdstip naar de maan te kijken. Dan zouden onze ogen elkaar daar ontmoeten.’
Ja, ik weet het weer. Dan moet ik heel eerlijk zijn, spitzi, het was erg vaak bewolkt.’
‘Bewolkt? Ja, daar heb ik geen rekening mee gehouden. Maakt niets uit, ik ben blij je weer te zien. Hoe ben je eigenlijk bij het circus terecht gekomen?’
‘Ze zochten een dirigent.’
‘En toen dacht jij, laat ik eens wat anders gaan doen.’
‘Zoiets. Ik heb een bewuste keuze gemaakt. Het werd een grote opluchting. En waarom niet? Altijd moeten we maar vooruit en omhoog en verder en beter. Ik ben de andere kant opgegaan en ik heb er geen spijt van.’
‘Meneer de circusdirecteur. Je bent een held!’
‘En jij dan? Jij zal ook niet stil hebben gezeten.’
‘Ik? Na een vakantie ben ik in Duitsland blijven hangen. Ik was het klassieke ballet helemaal beu. Ik verafschuwde het niet, dat heb ik nooit gedaan, maar altijd dat keurslijf. Maar ik bleef wel dansen.’
‘Wat dan? Je hebt toch niet in je blote kont op het podium van het Lido de Paris gestaan?
‘Ja, leuk. Ik danste freelance bij de WDR en maakte deel uit van een dansgroep die op de achtergrond van tv-shows het beeld moest verlevendigen.
‘Duitsland, dus.’
‘Ja, ik heb er grote namen ontmoet.’
‘En het bed mee gedeeld.’
‘Zeg, ouwe hippie, jij denkt zeker dat je nog altijd de hengst van vroeger bent? Volgens mij krijg je op jouw leeftijd nogal last van verlammingsverschijnselen, als je begrijpt wat ik bedoel. Ik heb na een beroemde dirigent geen man meer gekend. Nou ja, een enkeling. Niets bijzonders. Een one night stand.’
Bedoeld ze dat ik… ‘Je hebt het met Herbert von Karajan… ‘
‘Je weet heel goed wie ik bedoel.’
Ze zal mij bedoelen. Wat is er aan de hand? Haar houding is veranderd zoals het licht bij regen kan veranderen.
‘Ik vind het niet leuk, Eric, dat je nooit eerder hebt aangebeld. Het idee dat je voor mijn deur hebt gestaan, misschien stond ik op hetzelfde moment naar je foto te staren.’
”Nou ja, je weet dat ik getrouwd was. We kregen drie kinderen, dan verandert je leven, je aandacht verschuift. In ieder geval ben ik je nooit vergeten… als er sprake is van kinderen dan lever je in. Jammer genoeg… ik ben er niet trots op, maar… ik heb alles achter me gelaten en ging bij het circus. We verplaatsen ons veel, dat zorgt ervoor dat je moeilijk te vinden bent. Als je er geen moeite voor wilt doen.’
‘En toen heb jij je bed gedeeld met de vrouw met de baard?’
Ik had het dus beter niet kunnen vertellen.
‘Het valt me een beetje tegen van je, Eric, die arme kinderen van je.’
Gelukkig, daar is de pont, dat komt mooi uit.

‘Nee, dat feest gaat niet door, de pont vaart tot zes uur. U bent dus te laat. Moet dat allemaal naar de overkant?’
‘Ach, kom op, pontbaas, we zijn maar een minuut te laat. Kijkt u eens, misschien helpt dit… alstublieft.
‘Wat moet ik hiermee? De vrouw wacht thuis.’
‘Dan weet u in ieder geval waar u het allemaal voor doet. Hier, ik vind net nog iets in mijn andere zak.’
‘Tja, ik wil mijn hand wel een keer over het hart halen, hier kan ik mee thuiskomen. Bovendien smaakt de erwtensoep altijd beter als hij op me heeft staan wachten.’
‘Blijf jij maar lekker zitten, spitzi. Clown, ik ga als laatste over, ga jij maar kwartier maken. Dezelfde plek als vorig jaar. Ik hoop dat de tent voor het donker overeind staat.’
‘Weet je zeker dat ik nergens mee kan helpen, Eric?’
‘Blijf nou maar lekker zitten. Hier, dan krijg je iets om van na te genieten.’
‘Wat… bedoel.. mmm.’
Zo, die is voorlopig uit haar doen. Lippen worden nooit oud.
Hij denkt zeker dat hij met zijn kus het verleden heeft bezegeld… het is lang geleden dat ik ben gekust… vooruit maar, hij is het niet verleerd. Het was bewolkt, zei hij, daarom was hij de maan vergeten. Hij zal het niet makkelijk hebben gehad, en afgezien daarvan, ik heb ook mijn fouten. Eigenlijk liet ik me nooit zo snel kussen, het was toch maar om hun honger te stillen en dan was het afscheid. Ik gaf ze nog niet de tijd om hun koffer te pakken. Enfin, morgen weer een dag en nog wel bij het circus.

‘Spitzi, wordt eens wakker.’
‘Wakker worden? Ben je gek, het is middernacht.’
‘Ik wil graag dat je dit aantrekt en met mij meekomt.’
‘Nu? Ik heb mijn eigen tutu en spitzen meegenomen.’
‘Dan trek je die aan, ik wacht buiten.’
Zal ze het doen? Ik heb mijn twijfels. Misschien heeft ze niet de moed… ‘Daar ben je dan. Je bent afgevallen.’
‘Ja, dagje ouder, daar doe je niks aan. Op jou heeft het een andere uitwerking gehad.’
‘Dat moest, het stond in de vacature: Circusdirecteur. Welbespraakt. Dikke buik.’
‘Wat gaan we doen, Eric, er brandt volop licht in de tent.’
‘Dat zal je wel zien. Je houdt niet van een keurslijf, zei je, dan kan je dat nu laten zien.’
‘Je klinkt een beetje griezelig.’
‘Vertrouw me maar. Alsjeblieft, treedt binnen.’
‘Er is verder niemand.’
‘Jij, ik en alle ruimte.’
‘Eric! Wat doe je? Je klimt toch niet omhoog? Ben je gek geworden?’
‘Ik? Gek? Als het circus mij iets heeft geleerd, dan is het, dat wij de mensen laten zien wie ze in werkelijkheid zijn. We schudden het kind wakker. Als ze na afloop naar huis gaan zijn ze gewichtloos van geluk. Ze zijn heel even vrij. Helaas worden ze de volgende dag weer wakker als volwassen, wat dat ook zijn mag. Dan zijn ze weer de afgerichte aap die iedere dag hetzelfde kunstje moet doen. Nee, Isadora, niet ik ben degene die gek is,’
‘Pfff… en ik vroeg alleen maar of je gek bent geworden. Heb je filosofie gestudeerd?’
‘Nee, ik vond het in mijn vrijheid. Dezelfde vrijheid die ik jou vanavond ook zal geven en, wie weet, misschien vinden we het paradijs. Kom, dan gaan we het ontdekken.’
‘Daar boven? Ik denk er niet over, ik wil graag nog ouder worden… met jou.’
Met mij? Begrijp ze dan niet dat ik met haar het eeuwige leven wil delen? ‘Maar dat is precies waarom je hier bent. . Ik laat jou niet meer achter. Je moet me vertrouwen, ik heb het vaker gedaan. Er overkomt je niets, het vangnet staat klaar, maar dat zullen we niet nodig hebben.’
Misschien moet ik toch ook eens gek doen. Ik doe het, ik geef me eraan over. Ik ben al zo vaak over mijzelf heen gestapt.
‘Je doet het? That’s my girl! We doen het gewoon stap voor stap. Geen haast, als we maar boven komen – nee, niet zo, een touwladder beklim je van opzij, anders wordt je een slingeraap. Ja, zo gaat het goed. Niet naar beneden kijken. Het eerste platform hebben we gehaald. Voordat we nog hoger gaan, mag je hier even uitrusten.’
‘Nog hoger? Pff… ‘
‘We klimmen naar de nok.’ God, wat kijkt ze angstig. Ik zal haar boven eerst eens omhelzen. Gelukkig weet ze niet wat ik van plan ben. ‘En? Wat vind je van het uitzicht? Het is jammer dat de circusband niet speelt, dan was het echt jouw optreden.’
‘Eric, ik voel me een beetje duizelig, zullen we weer naar beneden gaan?’
‘Denk je echt dat je beneden gelukkig zal zijn? Ik begrijp het wel, maar, geloof me, boven zijn we zoals het bedoeld is – Weet je dat ik mijn kinderen vaak over jou heb verteld. Ze waren toen al zo oud, dat ze minstens een keer gestorven waren aan liefde. Ga je eigen weg, zeiden ze met tranen in hun ogen. Een oude paradijsvogel vliegt op de wind van zijn dromen, zei de oudste. Je hebt voor ons genoeg gedaan. Vind nu je eigen geluk en kijk niet achterom.
Misschien begrijp je nu dat ik niet anders kon, jij bent mij blijven roepen.’
God, kijk me niet zo dramatisch aan, ik zie je liever lachen. Nooit eerder heb ik een beverige kus gehad en wat is ze warm. ‘We zijn er. Wacht tot ik boven ben, dan trek ik je het platform op. Oké? Een, twee, dr…
‘Nee, nee, voorzichtig, Eric!’
‘Luister, ik ga nu iets moeilijks van je verlangen, je moet je volledig en onvoorwaardelijk aan mij overgeven. Ik zal je stevig vasthouden. Nee, nu niet loslaten! Ogen dicht.’
‘Ogen dicht? Wat ge je doen… laat me, nee!’
‘Spriiiiiing… ‘

‘Clown?’
‘Wat is er, Victor?’
‘Heb jij Eric gezien?’
‘Nee, niet sinds gisteravond. We zitten met een probleem, Victor. Kijk daar.’
‘Vogels? Wat doen die hier? Waarom brandt het licht volop? Weet je wat dat kost?’
‘Ik heb geen idee wie het heeft aangedaan, maar die vogels moeten weg voordat de show begint.’
‘Ja, dat begrijp ik, hoeveel tijd is er nog? Wacht, ik ben zo terug, ik haal mijn confettikanon, dat knalt hard genoeg. O, dat is een meevaller, daar gaan ze. Wat vreemd.’
‘Vreemd?’
‘Wat zijn ze schitterend, zulke vogels heb ik nog nooit gezien. Ze moeten uit het paradijs zijn ontsnapt.’
‘Ja, schiet maar op, idioot, straks stroomt de tent vol. Aan de slag.’

 

*) In 1832 werd het ballet La Sylphide uitgevoerd. Het was de eerste keer dat er werd gedanst op spitzen. Mensen geloofden toen in feeën en geesten die hoog boven ons zouden vliegen. Om dat effect te verbeelden werd de spitz uitgevonden. Dan leek het alsof de danseres kon zweven.

 

 

 

 

Langer verhaal

John D. Muller View All →

Schrijver van korte verhalen. Soms iets langer. Soms iets anders.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: