Het geheim van opa

Jan wordt bijna platgedrukt. Samen met vader, moeder en zijn zusjes Anneke en Lisa, zit hij op de bank televisie te kijken. Jan zit in de hoek.
‘Zal het dan eindelijk gaan sneeuwen?’ zegt moeder. ‘De weerman zegt het.’
De zusjes beginnen blij te juichen. Eindelijk kunnen ze gaan sleeën en een sneeuwpop maken. Jan zegt niks, hij kijkt naar buiten.
‘Jan?’ zegt vader. ‘Vind je het niet leuk?’
Jan doet zijn armen over elkaar en blijft gewoon naar buiten kijken. ‘Ik vind er niks aan,’ zegt hij. ‘Het is koud. Ik heb een hekel aan sneeuw.’
‘Ik zal jullie dikke jassen en dassen maar vast gaan opzoeken.’
Moeder staat op en geeft Jan een aai over zijn bol.

Na het eten is Jan snel van tafel. Hij rent naar zijn kamer en leest de brief die hij van opa heeft gehad. Dan trekt hij zijn dikke jas aan en gaat naar de achtertuin. Het is al vroeg donker. Binnen zijn de gordijnen al dicht.
Niemand weet dat Jan buiten staat.
‘Het is al laat, vooruit, naar bed.’ zegt moeder tegen Anneke en Lisa.
‘Naar bed? Dat is niet eerlijk. En Jan dan?’ roepen de zusjes.
‘Jan ligt allang op bed. Hup, naar boven!’
Nadat de zusjes in bed zijn gestopt, kijkt moeder nog even naar Jan. Het bed is leeg. Snel gaat ze naar beneden en zegt het tegen vader.
‘Maar, dat kan niet, hij moet gewoon thuis zijn,’ zegt vader.
Samen gaan ze Jan zoeken. Ze vinden hem nergens en willen de politie bellen. Moeder loopt zenuwachtig door het huis. Van de woonkamer loopt ze naar de achterkamer. Ze kijkt op de wc. Ze loopt naar de keuken. Dan hoort ze iemand hoesten. Ze schuift het gordijn in de keuken opzij en ziet Jan in de tuin staan. Hij staat met zijn armen wijd en kijkt omhoog. Zijn mond is open en zijn tong steekt eruit.
‘Jan! Wat doe jij hier? We hebben bijna de politie gebeld.’ zegt moeder opgelucht. ‘Kom! Naar bed!’
‘Ee, og iet!’ zegt Jan onduidelijk.
‘Jan! Nu! Naar binnen!’
‘Nee! Dat kan niet. Ik ga naar opa. Ik blijf hier de hele nacht staan.’ Jan doet weer zijn armen wijd en staat met zijn mond open, zijn tong naar buiten en kijkt omhoog.’Elluh uste, appa en amma.’
Vader stapt naar buiten, pakt Jan beet en brengt hem naar bed.
Maar Jan valt niet in slaap. Hij wacht tot iedereen ligt te snurken en gaat weer in de tuin staan. Armen wijd. Mond open, Tong naar buiten.

Jan staat al zo lang naar boven te kijken dat hij last krijgt van zijn nek. De eerste vogels zijn al wakker. Het wordt weer licht. Ik geef het op, denkt Jan, maar dan ziet hij opeens waar hij op heeft gewacht. Met zijn tong naar buiten loopt hij heen en weer door de tuin.

De zusjes van Jan zijn ook wakker. Ze moeten weer naar school. In de tuin lopen ze door de sneeuw naar de schuur en pakken hun fiets.
‘Hebben jullie Jan gezien?’ vraagt moeder. ‘Hij is nergens te zien.’
‘Op zijn kamer is hij ook niet,’ zegt vader. ‘Ik heb wel een hele rare brief gevonden, ik snap er niks van. Hier, luister maar.’

Beste Jan,

Ik weet dat jij net zo’n hekel aan kou hebt als ik. Daarom ga ik altijd naar een warm land. Ik zou het erg leuk vinden als jij ook komt. Dit is wat je moet doen:
Als je denkt dat de eerste sneeuw zal gaan vallen, ga je naar buiten en je kijkt omhoog. Je doet je mond open en je tong steek je naar buiten. Nu komt het moeilijkste. Je moet gaan wachten op de aller- aller- allereerste sneeuwvlok die je op je tong vangt en dan doorslikt. Als je dat goed doet, kom je vanzelf in het warme land waar ik op je wacht. Vergeet niet een strandbal en een zwembroek mee te nemen.

Groetjes,
Opa

O ja, en zeg maar niets tegen oma.

Kinderachtig

John D. Muller View All →

Schrijver van korte verhalen. Soms iets langer. Soms iets anders.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: